De primaire doelstelling van Ohpen is het creëren van waarde voor haar participanten middels het beleggen van de aan haar toevertrouwde vermogens.
De beleggingsmethodiek van Ohpen is er op gericht middels maximale, wereldwijde spreiding het risico van de portefeuille in zijn totaliteit te verlagen,
waarbij er niet ingeleverd wordt op rendement.
Ohpen is van mening dat zij het creëren van waarde echter breder dient te interpreteren.
Dit houdt in dat zij het als haar verantwoordelijkheid ziet een beleggingsbeleid te voeren waarbij er ook balans is tussen rendement en duurzaamheid.
Als gevolg hiervan worden de beleggingen van Ohpen op twee gebieden getoetst op duurzaamheid: de samenleving en het ecosysteem.
Samenleving
Ohpen belegt alleen in landen die de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens respecteren.
Wanneer een land zich schuldig maakt aan een schending van deze verklaring, zal dit ertoe leiden dat dit land automatisch en zo snel mogelijk wordt uitgesloten van de beleggingen van Ohpen.
Het betreft de volgende zaken:
- Marteling;
- Genocide;
- Misdaden tegen de menselijkheid;
- Oorlogsmisdaden;
Ecosysteem
Ohpen hecht veel waarde aan de manier waarop landen omgaan met het ecosysteem.
In tegenstelling tot het stimuleren van individuele ondernemingen, heeft het economisch stimuleren van lokale overheden een effect op duurzaam beleid in zijn totaliteit.
Ohpen heeft hiervoor een methode ontwikkeld waarbij er per land periodiek een score wordt berekend op basis van de onderstaande criteria:
- Klimaatverandering:
- Uitstoot van alle vormen van broeikasgassen per hoofd van de bevolking;
- CO2 emissie;
- Uitstoot van industrieel broeikasgas;
- Landbouw:
- De impact van landbouw op de waterhuishouding (irrigatie efficiëntie);
- Mate waarin landbouw gesubsidieerd wordt door lokale overheden (dit heeft toenemende intensiteit en overexploitatie tot gevolg);
- Gebruik van niet-duurzame chemicaliën;
- Visserij:
- In hoeverre is er een beleid en wordt dit gehandhaafd om steeds hoger in de keten te vissen (steeds kleinere exemplaren vangen);
- Welk percentage van de visserij bestaat uit trawling (de meest destructieve vorm van visserij);
- Ontbossing
- Totale volume van bossen;
- Oppervlakte van bossen ten opzichte van het totale grondoppervlak;
- Biodiversiteit:
- In hoeverre is een land in staat tenminste 10% van haar bioom te conserveren;
- Het percentage van de territoriale wateren dat beschermd natuurgebied is;
- De mate waarin leefgebieden van diersoorten die met uitsterven bedreigd zijn worden beschermd;
- Waterkwaliteit:
- Algehele waterkwaliteit;
- Intensiteit van watergebruik door landbouw en industrie;
- Mate van waterschaarste;
- Luchtvervuiling:
- Uitstoot van zwaveldioxiden (de grootste veroorzaker van “zure regen”)
- Uitstoot van stikstofoxiden;
- Mate van aanwezigheid van Ozon op grondniveau.
De berekende score per land wordt vervolgens verdisconteerd met de gewenste weging in de portefeuille van een land op basis van economische criteria.
Concreet betekent dit dat een land dat slecht scoort op bovenstaande indicatoren een lagere weging zal krijgen,
terwijl een land dat hoog scoort op bovenstaande criteria een zwaardere weging zal krijgen in de portefeuilles van de Subfondsen.